
De vragen die Jeroen bij elke levering hout stelt
Hout dat er goed uitziet, is niet altijd hout dat goed is. Het begint bij de balk hout die de werkplaats binnenkomt, en bij iemand die precies weet waar hij op moet letten. Bij ons is dat Jeroen Hoes, werkplaatschef en intern kwaliteitsbewaker. Voordat er ook maar iets van gemaakt wordt, keurt hij het hout. Wij vroegen hem hoe dat er in de praktijk uitziet.
De vochtmeting
Elke levering hout wordt eerst gemeten. Jeroen gebruikt een houtvochtmeter met twee naalden, die hij tot ongeveer halverwege de balk induwt. De meter stelt hij eerst in op de houtsoort en op de temperatuur in de werkplaats, anders klopt de uitlezing niet.
Per bundel doet hij vijf metingen. Een levering kan uit vijftig tot honderd balken bestaan, verdeeld over meerdere bundels met een eigen kopmaat, en elke bundel krijgt zijn eigen reeks metingen. Het vochtpercentage moet tussen de twaalf en zestien procent liggen, en binnen één partij mag het verschil niet groter zijn dan vier procent.
Zit er een meting duidelijk buiten die marge, dan doet Jeroen een extra meting en registreert hij dat. Blijft het hout te nat, dan mag hij het in principe niet goedkeuren. Dat een heel pak teruggaat naar de leverancier, komt bijna niet voor. Vaker is het een kwestie van twijfel, bijvoorbeeld als hout tijdens het laden nat is geworden. Dan laat Jeroen het een week liggen en meet hij opnieuw.


Kijken naar de nerf
Niet alle hout werkt hetzelfde. Rechtdraadig hout geeft rechte balken en laat zich makkelijk schaven en zagen. Warrig gegroeid hout is veel lastiger te bewerken. En hout dat scheluw is, dus gedraaid, blijft dat gedrag vaak houden. Ook als je een balk eerst mooi recht maakt, kan hij na het bewerken weer teruggaan naar de vorm die in de groei van de boom zit. Die kromming zit er letterlijk in vanaf het moment dat de boom scheef groeide, en verdwijnt niet vanzelf door te schaven.
Bij een houtsoort als meranti let Jeroen daarnaast op kleur. Hoe donkerder het hout, hoe hoger de kwaliteit. Daarom vragen wij onze houtleverancier specifiek om Dark Red Meranti.

Kopscheuren, en waarom die er soms toch zijn
Bij het drogen in de droogkamer drogen de kopse kanten van het hout het snelst uit, omdat die open liggen. Gaat dat te snel, dan ontstaan er scheuren. Om dat te voorkomen worden de koppen ingesmeerd met een soort vet of met krijt, zodat het hout gelijkmatiger droogt.
Toch zit er soms alsnog een scheur achter die afgesmeerde kop. Daarom wordt bij het afkorten telkens een plakje van de kop afgezaagd, totdat de scheur weg is. Pas dan begint het bruikbare stuk hout. Gaat dat een keer mis, bijvoorbeeld omdat een collega bij het afkorten niet ver genoeg is gegaan, dan registreert Jeroen dat als interne melding, zodat het de volgende keer beter gaat.

Registreren, en waarom dat verplicht is
Alles wat Jeroen keurt, legt hij vast: de vochtmetingen, de leverbonnen met pakbonnummer, houtsoort en kopmaat, en elke afkeuring. Dat heet interne kwaliteitsbewaking, IKB. Die registratie hangt direct samen met onze KOMO-certificering. Een KOMO-controleur komt ongeveer zes keer per jaar langs, onaangekondigd en steekproefsgewijs, en checkt dan wat er is ingevuld. Is dat niet op orde, dan volgt een aanmerking. Blijft dat zo, dan kun je je certificaat kwijtraken.
KOMO gaat dus niet over waar het hout vandaan komt, maar over hoe zorgvuldig het hele proces bij ons in de werkplaats is vastgelegd en gecontroleerd.

FSC en PEFC, in de praktijk
Waar KOMO over ons eigen proces gaat, gaan FSC en PEFC over de herkomst van het hout. FSC (Forest Stewardship Council) en PEFC (Programme for the Endorsement of Forest Certification) garanderen allebei verantwoord bosbeheer: niet meer kappen dan er bijgroeit, kwetsbare natuur ontzien en oog voor de mensen die van het bos leven. FSC is het bekendste wereldwijde keurmerk. PEFC is net zo streng, maar vaak gericht op kleinere, Europese bosbeheerders.
In de werkplaats merk je dat verschil heel concreet. Het hout bewaart Jeroen strikt gescheiden, en FSC-hout wordt vaak specifiek voor één klus besteld. Wat overblijft, mag alleen voor een andere FSC-opdracht gebruikt worden, niet voor PEFC. Dit wordt geregistreerd in ons Handboek FSC-PEFC. Zo blijft het hout van bos tot kozijn te herleiden.

Al deze controles - vochtmeting, keuring op nerf en scheuren, registratie en herkomst - gebeuren voordat een balk hout op de machine komt. Onzichtbaar werk, maar wel de reden dat een kozijn van ons over dertig jaar nog goed sluit. Vakmanschap zit 'm niet alleen in het zagen en schaven. Het begint al bij het hout dat binnenkomt, en bij iemand die precies weet waar hij op moet letten.
